ECLI:NL:RVS:2016:183
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing erkenning als referent wegens fiscale vergrijpboetes
Bij besluit van 4 april 2014 wees de staatssecretaris de aanvraag van een bedrijf tot erkenning als referent af vanwege opgelegde fiscale vergrijpboetes over meerdere jaren. De rechtbank verklaarde het beroep van het bedrijf gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de staatssecretaris beoordelingsruimte heeft bij het vaststellen of de betrouwbaarheid van een aanvrager onvoldoende vaststaat, zoals bedoeld in artikel 2e, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had het standpunt van de staatssecretaris met te weinig terughoudendheid getoetst, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard.
Verder oordeelde de Afdeling dat het beleid van de staatssecretaris, waarbij een aanvraag wordt afgewezen indien de Belastingdienst in het jaar van de aanvraag en de drie voorgaande jaren twee of meer vergrijpboetes heeft opgelegd, binnen het wettelijke kader valt en niet onredelijk is. Het betoog van het bedrijf dat het beleid onredelijk is en onvoldoende rekening houdt met de ernst van de feiten faalt. Wel stelde de Afdeling vast dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was, zodat de staatssecretaris ten onrechte van het horen in bezwaar had afgezien.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tot slot veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van het bedrijf.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de erkenning als referent wordt vernietigd, het bezwaar was niet kennelijk ongegrond, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.