ECLI:NL:RVS:2016:1326
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken medische noodzaak en onredelijkheid hardheidsclausule
Appellant, zonder vaste woon- of verblijfplaats, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen om een urgentieverklaring voor woonruimte, welke werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit omdat het college niet had beoordeeld of appellant om medische redenen in aanmerking kwam voor urgentie. De medische adviseur stelde echter vast dat geen medische noodzaak bestond, wat door appellant niet met objectieve gegevens werd betwist.
Appellant voerde aan dat zijn klachten verergeren door het slapen in de auto en dat hij door omstandigheden buiten zijn schuld dakloos is geworden, wat een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigt. Het college stelde dat de situatie niet uitzonderlijk was en dat appellant door eigen toedoen risico's heeft aanvaard. De rechtbank vond het college in redelijkheid op dit standpunt staan.
Verder stelde appellant dat de weigering van urgentie zijn recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro schendt. De Afdeling oordeelde dat het algemeen belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder weegt dan het belang van appellant om met zijn gezin samen te wonen, mede gezien het schaarse woningaanbod.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de afwijzing van de urgentieverklaring standhoudt.