ECLI:NL:RVS:2015:3103
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen huisverbod burgemeester Den Haag wegens huiselijk geweld
De burgemeester van Den Haag legde op 29 juni 2014 een huisverbod op aan appellante vanwege een incident van huiselijk geweld met haar toenmalige echtgenoot, met een verlenging op 8 juli 2014. Appellante betwistte het huisverbod en stelde dat zij slachtoffer was van mishandeling, niet de dader, en dat zij niet vooraf was gehoord, wat in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellante ten onrechte niet was gehoord voorafgaand aan het huisverbod, waardoor het beroep gegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De besluiten van de burgemeester worden eveneens vernietigd.
Desondanks laat de Afdeling de rechtsgevolgen van de besluiten in stand, omdat appellante in beroep en hoger beroep de gelegenheid heeft gehad zich over de besluiten uit te laten. De Afdeling benadrukt dat het huisverbod een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid.
De feiten en eerdere meldingen van huiselijk geweld rechtvaardigen volgens de Afdeling het huisverbod en de verlenging daarvan. De burgemeester heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid. Tot slot wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten van de burgemeester worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.