ECLI:NL:RVS:2014:2974
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens ontbreken ernstig en onmiddellijk gevaar
De burgemeester legde op 2 augustus 2013 een tijdelijk huisverbod op aan appellant na een incident van huiselijk geweld tijdens een vakantie in Italië, waarbij appellant zijn vrouw in het gezicht zou hebben geslagen. Het huisverbod werd verlengd op 9 augustus 2013. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegepast bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen in de woning. Hoewel het incident van 17 juli 2013 ernstig was, waren er bij het opleggen van het huisverbod op 2 augustus 2013 geen nieuwe incidenten of acute dreiging meer. De Afdeling concludeerde dat er onvoldoende grond was om het huisverbod te rechtvaardigen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de burgemeester tot oplegging en verlenging van het huisverbod. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Hiermee werd het beroep van appellant gegrond verklaard.
Uitkomst: Het huisverbod werd vernietigd wegens ontbreken van een ernstig en onmiddellijk gevaar.