ECLI:NL:RVS:2016:1015
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgeldigheid terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 2 december 2015 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod opgelegd en geweigerd uitstel van vertrek te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover de vertrektermijn op nul dagen was gesteld en het inreisverbod was uitgevaardigd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde voor zover het de vertrektermijn en het inreisverbod betrof, omdat bij toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 de werking van deze besluiten kan worden opgeschort.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat het besluit van 4 maart 2016, waarin wederom werd geweigerd uitstel van vertrek te verlenen, zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was, ondanks bezwaren van de vreemdeling over het medisch advies en de voorbereiding van het besluit. Het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit werd ongegrond verklaard.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het vertrek op nul dagen en het inreisverbod betrof, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en bevestigde de overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de vertrektermijn op nul dagen is gesteld en het inreisverbod is uitgevaardigd.