ECLI:NL:RVS:2015:2673
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat rechtsgevolgen vernietigd besluit niet geheel in stand blijven bij uitstel van vertrek vreemdeling
De staatssecretaris wees op 3 februari 2014 een aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af. Na bezwaar verleende hij alsnog uitstel van 25 maart 2014 tot 25 september 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit van 25 maart 2014, maar liet de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, mede omdat de staatssecretaris een beleidslijn toepaste die pas na het besluit van 25 maart 2014 in een beleidsregel was neergelegd. Tevens stelde hij dat het medisch advies van het BMA onzorgvuldig was en dat bijzondere omstandigheden tot afwijking van het beleid noodzaakten.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht de beleidsregel betrok omdat deze op het moment van uitspraak gold en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering rechtvaardigden, behalve dat de rechtbank niet had onderkend dat het beleid buiten toepassing moet blijven in situaties waarin een verblijfsgat ontstaat door aan de staatssecretaris toe te rekenen omstandigheden. Daarom vernietigde de Afdeling het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand liet en bevestigde de rest.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 14 augustus 2015 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand laat, wordt vernietigd.