ECLI:NL:RVS:2014:895
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling inreisverbod ondanks lopend hoger beroep strafrechtelijke veroordeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 26 maart 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen belang had bij de beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag, waardoor dit beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het inreisverbod werd getoetst aan de door de vreemdeling aangevoerde gronden, waaronder het lopende hoger beroep tegen zijn strafrechtelijke veroordeling en de schending van artikelen 3 en 8 EVRM.
De Raad van State stelde dat het uitvaardigen van het inreisverbod ondanks het lopende hoger beroep terecht was, omdat de wet geen onherroepelijkheid van de veroordeling vereist. Verder werd geoordeeld dat het asielrelaas van de vreemdeling niet geloofwaardig was en dat geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestond. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat geen sprake was van een onrechtmatige inmenging in het familie- en gezinsleven. Het beroep tegen het inreisverbod werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.