ECLI:NL:RVS:2014:810
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.W.L. Loeb
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over huurtoeslag wegens motiveringsgebrek
Appellant verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om bij de berekening van zijn huurtoeslag vanaf 10 november 2008 rekening te houden met een bijzondere situatie. Dit verzoek werd bij besluit van 9 maart 2011 afgewezen en het bezwaar daartegen werd op 27 juli 2011 ongegrond verklaard. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling gaf bij een tussenuitspraak op 6 november 2013 de Belastingdienst/Toeslagen opdracht om een nieuw besluit te nemen met nadere motivering. Bij het nieuwe besluit van 10 december 2013 werd een deel van het uitgekeerde bedrag aangemerkt als vergoeding van immateriële schade, waardoor appellant alsnog aanspraak kreeg op huurtoeslag over 2008 en 2009.
De Afdeling oordeelde dat appellant hierdoor onvoldoende belang had bij verdere beoordeling van het nieuwe besluit. Wel stelde de Afdeling vast dat het eerdere besluit van 27 juli 2011 een motiveringsgebrek vertoonde en verklaarde het hoger beroep gegrond. Het besluit van 27 juli 2011 werd vernietigd en de Belastingdienst/Toeslagen werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 27 juli 2011 vernietigd en appellant krijgt proceskosten en griffierecht vergoed.