ECLI:NL:RVS:2014:1747
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toeslagen wegens niet-rechtmatig verblijf en geen schending EVRM
De Belastingdienst heeft de voorschotten zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget voor 2012 aan appellanten herzien en op nihil gesteld omdat appellant A niet rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond.
Appellanten voerden aan dat de weigering hun recht op familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM Pro) schond, mede vanwege de negatieve gevolgen voor hun minderjarige kind. De Afdeling overwoog dat artikel 8 EVRM Pro geen positieve verplichting tot verstrekking van deze toeslagen inhoudt en dat het koppelingsbeginsel een redelijke rechtvaardiging vormt voor het onderscheid op grond van verblijfsstatus.
De Afdeling stelde dat de belangen van het kind voldoende zijn meegewogen en dat de artikelen 18 en 27 van het IVRK geen direct toepasbare normen bevatten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toeslagen bevestigd.