ECLI:NL:RVS:2014:4753
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.J. Borman
- D.J.C. van den Broek
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit inzake verzoek tot inzage persoonsgegevens door De Nederlandsche Bank
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het besluit van De Nederlandsche Bank (DNB) om zijn verzoek tot inzage in persoonsgegevens, opgenomen in onderzoeksdossiers, af te wijzen. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling heeft vastgesteld dat de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing is op de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens in het interne digitale archiefsysteem van DNB, ongeacht of sprake is van een bestand in de zin van de Wbp. DNB had ten onrechte de Wbp als grondslag voor weigering gehanteerd en onvoldoende gemotiveerd waarom het inzageverzoek niet kon worden ingewilligd. Het beroep van DNB op uitzonderingen in artikel 43 van Pro de Wbp was niet toereikend gemotiveerd.
De Afdeling oordeelt dat DNB binnen zes weken het besluit van 18 februari 2013 moet herstellen en appellant een volledig overzicht in begrijpelijke vorm moet verstrekken van de hem betreffende persoonsgegevens, met vermelding van doeleinden, categorieën gegevens, ontvangers en herkomst. Dit oordeel sluit aan bij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 juli 2014. De Afdeling ziet aanleiding tot spoedige beëindiging van het geschil en zal in de einduitspraak beslissen over proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State draagt De Nederlandsche Bank op het besluit tot afwijzing van het inzageverzoek te herstellen binnen zes weken.