ECLI:NL:RVS:2014:4678
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na bezwaar en beroep tegen besluit Wob-verzoek
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake de proceskostenvergoeding verbonden aan de behandeling van een bezwaar en beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.
Het college had het bezwaar van appellant gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend met een wegingsfactor 'licht'. De rechtbank stelde de vergoeding voor het bezwaar vast op € 472,00 en voor het beroep op € 243,50, waarbij zij een lagere wegingsfactor hanteerde dan appellant wenste.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft gehandeld door uit te gaan van de puntwaarde van 2013 in plaats van 2014 en door een te lage wegingsfactor toe te passen. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de proceskostenvergoeding betreft en bepaalt dat het college aan appellant € 487,00 voor het bezwaar en € 974,00 voor het beroep dient te vergoeden. Tevens wordt het betaalde griffierecht van € 246,00 vergoed.
De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van het besluit van 19 september 2013. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland wordt veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding voor bezwaar, beroep en hoger beroep.