ECLI:NL:RVS:2014:4590
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huur- en zorgtoeslag wegens toeslagpartner in GBA
De zaak betreft hoger beroepen van een belanghebbende tegen uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant inzake de terugvordering van huur- en zorgtoeslag over 2010 door de Belastingdienst/Toeslagen. De toeslagen werden definitief vastgesteld en deels teruggevorderd omdat de belanghebbende een toeslagpartner had volgens de GBA.
De belanghebbende voerde aan dat de partner pas later feitelijk op het adres woonde en dat de Belastingdienst ten onrechte het inkomen van de partner over een langere periode had betrokken. Tevens stelde zij dat de Belastingdienst onterecht had afgezien van een hoorzitting.
De Raad van State oordeelde dat de inschrijving in de GBA bepalend is voor het vaststellen van het partnerschap en dat afwijking alleen mogelijk is bij een te late inschrijving, niet bij een te vroege inschrijving. De Belastingdienst mocht daarom het inkomen van de partner over de gehele periode betrekken. Ook was het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd omdat de bezwaren kennelijk ongegrond waren.
De Raad van State bevestigde de uitspraken van de rechtbank en verwierp de beroepen van de belanghebbende. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van huur- en zorgtoeslag wordt bevestigd omdat de toeslagpartner terecht op basis van de GBA is vastgesteld.