ECLI:NL:RBZWB:2023:3326
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget 2020 wegens toeslagpartnerschap
Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve berekening van het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag over 2020, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen had vastgesteld dat zij samen met haar ex-partner toeslagpartners was en dat zij te veel toeslag had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) bepalend is voor het partnerbegrip in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Hoewel eiseres stelde dat haar ex-partner vanaf september 2020 niet meer op hetzelfde adres woonde, kon zij dit niet met objectieve bewijsstukken onderbouwen. De verklaringen van de ex-partner en zijn ouders werden als onvoldoende beschouwd.
Daarom werd geoordeeld dat de ex-partner heel 2020 toeslagpartner was en zijn inkomen moest worden meegeteld bij de toeslagberekening. Omdat het gezamenlijke inkomen te hoog was, had eiseres geen recht op het kindgebonden budget en had zij te veel kinderopvangtoeslag ontvangen. De terugvordering door de Belastingdienst/Toeslagen was dan ook terecht.
De rechtbank wees het beroep af en wees erop dat eiseres een betalingsregeling kan treffen bij financiële problemen door de terugvordering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van teveel ontvangen toeslagen bevestigd.