ECLI:NL:RVS:2014:4382
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende minderjarige vreemdeling
De vreemdeling heeft bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend om voor zichzelf en haar minderjarig kind een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verkrijgen op grond van de Regeling langdurig verblijvende kinderen. De aanvraag werd afgewezen omdat de vreemdeling op de startdatum van de peilperiode niet jonger was dan 21 jaar, een vereiste in de overgangsregeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en het beroep voor haar minderjarig kind niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het leeftijdscriterium discriminerend is en onredelijk, en dat er sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van andere vreemdelingen die wel een vergunning kregen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het leeftijdscriterium een objectieve en redelijke rechtvaardiging kent, mede gezien de beleidsvrijheid van de staatssecretaris en internationale verplichtingen omtrent minderjarigen. Ook het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de staatssecretaris een ruimhartig beleid voert bij geringe overschrijding van de leeftijdsgrens.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.