ECLI:NL:RBDHA:2019:12923
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod op humanitaire gronden
Verzoeker, met de Angolese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitregeling langdurig verblijvende kinderen (ARLVK), welke werd afgewezen vanwege het niet voldoen aan het leeftijdscriterium. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om zijn bezwaarprocedure in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht het leeftijdsvereiste hanteerde, zoals bevestigd door eerdere jurisprudentie. Echter, het standpunt van verweerder dat het risico op schending van artikel 8 EVRM Pro reeds in een eerdere procedure was beoordeeld, werd verworpen. De eerdere uitspraak betrof geen beoordeling van artikel 8 EVRM Pro, waardoor een nieuwe belangenafweging noodzakelijk is.
De rechter stelde vast dat verweerder onvoldoende duidelijk had gemaakt of de nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder de sterke sociale en culturele banden van verzoeker met Nederland en zijn medische situatie, waren betrokken bij de belangenafweging. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, met de bepaling dat verzoeker niet mag worden uitgezet tot vier weken na beslissing op bezwaar, en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker mag niet worden uitgezet tot vier weken na beslissing op bezwaar.