ECLI:NL:RVS:2014:4343
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.C.M.A. Michiels
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens strijd met discriminatieverbod EU-verdrag
Bij besluit van 19 oktober 2012 legde de minister aan appellant een boete van €2200 op wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet, direct geïnd ter plaatse. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het onderscheid in de Arbeidstijdenwet, waarbij boetes direct worden geïnd bij bestuurders zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, indirecte discriminatie op grond van nationaliteit oplevert. Hoewel een EU-kaderbesluit bestaat dat de tenuitvoerlegging van dergelijke boetes regelt, was dit niet correct geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. De bestuursrechtelijke boete valt niet onder de Wet wederzijdse erkenning, omdat deze niet door een met name in strafzaken bevoegde rechter wordt opgelegd.
De Afdeling stelde vast dat de bestuursrechtelijke boeteprocedure wel voldoet aan wezenlijke kenmerken van een strafrechtelijke procedure, maar dat de Nederlandse wetgever tekort is geschoten in de implementatie van het kaderbesluit. Hierdoor is de opgelegde boete in strijd met artikel 18 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en het primaire boetebesluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd wegens strijd met het discriminatieverbod van artikel 18 VWEU.