ECLI:NL:RVS:2014:3985
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens onrechtmatige omzetting woonruimte in Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde appellant een last onder dwangsom op wegens het gebruik van een woning aan een locatie in Groningen als kamerverhuur, wat neerkomt op omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vereiste vergunning. Appellant stelde dat de woning niet bouwkundig was gewijzigd en nog steeds geschikt was voor bewoning door een huishouden, en dat hij niet in staat was de overtreding te beëindigen vanwege huurbescherming.
De rechtbank oordeelde dat het feitelijke gebruik van de woning als kamergewijze bewoning doorslaggevend is en dat appellant de overtreding heeft begaan. De Raad van State bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de woning feitelijk onzelfstandig wordt bewoond en dat appellant als eigenaar en verhuurder verantwoordelijk is. Het argument dat huurbescherming het beëindigen van de overtreding onmogelijk maakt, faalt omdat appellant geen stappen heeft ondernomen om het gebruik te beëindigen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.