ECLI:NL:RVS:2014:3915
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing schadevergoeding Betuweroute en Havenspoorlijnproject
Bij afzonderlijke besluiten van 25 november 2010 wees de minister verzoeken van appellant en anderen om schadevergoeding af vanwege de toegenomen geluidsbelasting door het Havenspoorlijnproject en de Betuweroute. De rechtbank Rotterdam verklaarde in 2012 de beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de rechtsgevolgen van die besluiten in stand blijven. Appellant en anderen stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de schade geen verband hield met het Tracébesluit en het Havenspoorlijnproject. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand liet. Tegelijkertijd verklaarde zij het beroep tegen het besluit van 6 mei 2014, waarin de minister de afwijzing van de schadevergoedingsverzoeken handhaafde, ongegrond.
De minister had op basis van deskundigenrapporten geconcludeerd dat de toename van geluidsemissie en geluidsbelasting op de woningen gering was en geen objectief aantoonbare waardevermindering veroorzaakte. Appellant en anderen voerden aan dat de prognoses en geluidsmetingen onjuist waren, maar de Afdeling vond dat de minister zijn standpunt redelijk had onderbouwd.
Verder werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant en anderen, waaronder kosten van rechtsbijstand en deskundige bijstand, vanwege de omvang en complexiteit van de zaak.
De uitspraak werd gedaan op 5 november 2014 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 mei 2014 wordt ongegrond verklaard, maar het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.