ECLI:NL:RVS:2014:3710
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning EG-langdurig ingezetene wegens onrechtmatige legesheffing
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 december 2009 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de aantekening "EG-langdurig ingezetene" af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen de hoogte van de leges, dat door de minister voor Immigratie en Asiel op 29 oktober 2010 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit tot legesheffing.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij voerde aan dat ten tijde van de aanvraag op 9 november 2009 artikel 3.34g, eerste lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 een wettelijke grondslag bood voor het heffen van leges van €201,00, en dat deze grondslag voldoende was ondanks latere wijzigingen met terugwerkende kracht.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het toepassen van artikel 3.34g destijds in strijd was met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, waardoor de rechtbank het besluit tot legesheffing terecht vernietigde. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees erop dat de staatssecretaris de gevolgen van de onrechtmatige legesheffing zelf moet repareren. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €487,00 en werd een griffierecht van €478,00 opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.