ECLI:NL:RVS:2014:3124
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling legesheffing voor machtiging tot voorlopig verblijf in hoger beroep
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over de hoogte van de leges voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De minister had aanvankelijk een mvv-aanvraag afgewezen en een legesbedrag van €830 geheven. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling tegen de hoogte van de leges gegrond verklaard en het bedrag verlaagd naar €225, met restitutie van het teveel betaalde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat ten tijde van de aanvraag een wettelijke grondslag voor het heffen van leges bestond, namelijk het tarief van €830. De latere verlaging naar €225 werkt met terugwerkende kracht tot 9 oktober 2012. De staatssecretaris heeft het verschil tussen de tarieven gerestitueerd, waarmee de gevolgen van de eerdere onjuiste heffing zijn hersteld.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het besluit van 28 maart 2013 vernietigt, waarin het lagere tarief en restitutie waren vastgesteld. Voor het overige bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de leges en restitutie wordt bevestigd, met gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.