ECLI:NL:RVS:2014:367
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling bij Schiphol
Op 6 november 2013 werd een vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en werd hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, nadat hij te kennen had gegeven asiel te willen aanvragen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om schadevergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank het beroep tegen de toegangsweigering inhoudelijk had moeten behandelen, omdat de vrijheidsontnemende maatregel op het moment van het instellen van het beroep nog van kracht was.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis voor zover het de toegangsweigering betrof en verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering ongegrond. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd bevestigd als ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel wordt bevestigd.