ECLI:NL:RVS:2014:2254
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake verdere toegangsweigering vreemdeling
Bij besluiten van 5 maart 2014 werd de verdere toegang tot Nederland aan de vreemdeling geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de rechtbank in strijd met artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht handelde door haar oordeel te baseren op een andere uitspraak zonder deze aan partijen te verstrekken of voldoende toegankelijk te maken. Hierdoor ontbrak een kenbare motivering, wat een fundamenteel beginsel is. Dit leidde tot vernietiging van het deel van de uitspraak over de verdere toegangsweigering.
De Raad bevestigde het overige oordeel van de rechtbank, waaronder de afwijzing van het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel en het verzoek om schadevergoeding. Het hoger beroep werd kennelijk gegrond verklaard, maar het beroep tegen de verdere toegangsweigering werd ongegrond verklaard op basis van eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond, het deel van de uitspraak over de verdere toegangsweigering wordt vernietigd, het overige wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.