ECLI:NL:RVS:2014:3407
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het in 2009 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag aan appellant A herzien en op nihil vastgesteld omdat geen geldige overeenkomst met het gastouderbureau was overgelegd. Appellant A stelde dat de herziening onterecht was en dat de wettelijke termijn voor vaststelling was overschreden, maar dit werd verworpen omdat de Awir de herziening van het voorschot toestaat zolang de definitieve toeslag niet is vastgesteld.
Appellant A voerde verder aan dat de door haar overgelegde overeenkomst wel voldeed aan de wettelijke eisen, en dat haar gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat eventuele gebreken niet tegen haar zouden worden gebruikt. De Raad van State oordeelde dat de overeenkomst niet voldeed aan de eisen van de Wet kinderopvang en de Regeling, met name omdat essentiële gegevens ontbraken, en dat het gerechtvaardigd vertrouwen niet was geschonden.
Het hoger beroep van appellant B werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze geen beroep had ingesteld tegen het eerdere besluit. Het beroep van appellant A werd ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank Limburg werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant B is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant A ongegrond; de rechtbankuitspraken worden bevestigd.