ECLI:NL:RBZWB:2013:8529
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wegens niet voldane kosten en overeenkomstgebreken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 te herzien en vast te stellen op nihil. De Belastingdienst stelde dat eiser geen eigen bijdrage had betaald aan de gastouder en dat de overeenkomst met het gastouderbureau niet voldeed aan de vereisten van de Regeling Wet kinderopvang (Wko).
De rechtbank oordeelde dat artikel 11 van Pro de Regeling Wko zich richt op de administratie van het gastouderbureau en niet rechtstreeks op de vraagouder. Wel moet de schriftelijke overeenkomst op grond van artikel 7 van Pro de Wko de essentiële gegevens bevatten zoals het aantal opvanguren en de prijs. De overeenkomst van eiser voldeed hier niet aan.
Eiser kon zich niet beroepen op het vertrouwensbeginsel omdat de Belastingdienst in latere jaren de overeenkomst wel accepteerde, maar dit vormde geen grond voor toekenning over 2009. Tevens heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij alle kosten voor kinderopvang had betaald; er was een verschil tussen de opgegeven kosten en de daadwerkelijk betaalde bedragen.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat volledige betaling van de kosten vereist is voor recht op toeslag. Het proportionaliteitsbeginsel stond hieraan niet in de weg. Daarom was de herziening van het voorschot naar nihil terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wordt terecht op nihil gesteld.