ECLI:NL:RVS:2014:2763
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet-medewerking onderzoek
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde op 23 november 2009 het rijbewijs van appellant ongeldig wegens het niet meewerken aan een onderzoek naar rijgeschiktheid. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd door het CBR niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank Limburg vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
In hoger beroep stelde appellant dat hij pas in juni 2012 kennis had genomen van het besluit, omdat hij toen door de politie werd staande gehouden en geïnformeerd over de ongeldigverklaring. Hij voerde aan dat het aangetekende besluit slechts eenmaal was aangeboden en dat hij geen afhaalbericht had ontvangen, waardoor zijn bezwaar alsnog inhoudelijk beoordeeld moest worden.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 23 november 2009 op regelmatige wijze aangetekend was verzonden naar het juiste adres en dat het CBR het stuk als onbestelbaar retour had ontvangen. Uit de aantekeningen van TNT Post bleek dat bij de aanbieding geen gehoor was en dat een afhaalbericht was achtergelaten, dat appellant niet had opgehaald. Appellant had onvoldoende feiten aangevoerd om te betwijfelen dat een afhaalbericht was achtergelaten. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding. Tevens wees de Raad het verzoek om vergoeding van proceskosten af omdat het besluit niet werd herroepen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.