ECLI:NL:RVS:2014:2678
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid verwestersing
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 2 mei 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 december 2013 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij zich vanwege zijn verwestersing niet onder de regels van Al Shabaab in Somalië zou kunnen handhaven. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling niet verwesterd zou zijn, terwijl de staatssecretaris stelde dat de bewijslast hiervoor bij de vreemdeling lag.
De Raad van State overwoog dat de bewijslast inderdaad bij de vreemdeling ligt en dat de staatssecretaris zijn standpunt voldoende had gemotiveerd. Andere beroepsgronden van de vreemdeling, waaronder het beroep op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en de situatie in Somalië, faalden eveneens. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.