ECLI:NL:RVS:2014:2675
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- N.S.J. Koeman
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanwijzing gemeentelijk monument Christus Koningkerk wegens onvoldoende belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen wees aanvankelijk een aanvraag tot aanwijzing van de Christus Koningkerk als gemeentelijk monument af, maar herzag dit na bezwaar en wees de kerk alsnog aan als gemeentelijk monument. Het kerkbestuur stelde zich op het standpunt dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de financiële situatie en de haalbaarheid van herbestemming, wat essentieel is voor het behoud van het monument.
De rechtbank verklaarde het beroep van het kerkbestuur ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college ten onrechte had volstaan met het standpunt dat herbestemming pas aan de orde komt bij een vergunningaanvraag. Het college had voorafgaand aan de aanwijzing moeten onderzoeken of herbestemming daadwerkelijk mogelijk is.
Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering en evenwichtige belangenafweging in het besluit van 22 maart 2011. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van de Christus Koningkerk als gemeentelijk monument wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en belangenafweging.