ECLI:NL:RVS:2014:2306
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- J. Kramer
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing vrijstelling en bouwvergunning kinderopvang Hildebrandlaan Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende op 26 mei 2009 een bouwvergunning en vrijstelling voor de verbouwing en uitbreiding van een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang aan de Hildebrandlaan 2 te Haarlem. Deze vergunning omvatte ook ontheffing van de parkeereis uit de Haarlemse Bouwverordening. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar en startte een beroepsprocedure tegen deze besluiten.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van 5 oktober 2010 en herroept het besluit van 26 mei 2009. Het college en WiNiMaCo stelden hoger beroep in, appellant incidenteel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil en oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de geluidbelasting door buiten spelende kinderen aanvaardbaar was, mede omdat de gehanteerde normen uit het Barim werden overschreden en de belangenafweging niet zorgvuldig was uitgevoerd.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat het college terecht mocht uitgaan van de parkeernormen uit de Haarlemse Bouwverordening voor langparkeren, maar dat het college een te lage parkeernorm voor kortparkeren hanteerde. De rechtbank had de ontheffing terecht vernietigd, maar de Afdeling liet de rechtsgevolgen van het besluit van 5 oktober 2010 in stand. Verder werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 26 mei 2009 zelf had herroepen en dat het college in de gelegenheid moet worden gesteld de gebreken te herstellen.
Tot slot werd de proceskostenvergoeding aan appellant vastgesteld op €13.351,03 en werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan WiNiMaCo. Het incidenteel hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, de hoger beroepen van het college en WiNiMaCo gegrond, en de uitspraak van de rechtbank voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt gedeeltelijk het vonnis van de rechtbank en laat de rechtsgevolgen van het besluit van 5 oktober 2010 in stand.