ECLI:NL:RVS:2020:2474
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring hoger beroep tegen omgevingsvergunning voor aannemersbedrijf in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 29 oktober 2018 een omgevingsvergunning aan een aannemersbedrijf voor het verharden van een deel van het bedrijfsterrein en opslagactiviteiten, ondanks dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan dat bedrijven uit categorie 1 en 2 toestaat, terwijl het bedrijf tot categorie 3.1 behoort.
Appellanten, wonend binnen 100 meter van het perceel, ondervonden overlast en voerden beroep aan tegen de vergunning. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende onderbouwing van de gevolgen voor de waterhuishouding en milieuaspecten, maar verwierp de klachten over geluidsonderzoek en het vertrouwensbeginsel.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de geluidnormen onjuist waren toegepast en dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden door toezeggingen van handhaving. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht aansluiting zocht bij het Activiteitenbesluit milieubeheer en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging was gedaan over het niet verlenen van een vergunning voor het aannemersbedrijf.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de vernietiging van de vergunning door de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.