ECLI:NL:RVS:2014:221
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens ontbreken duidelijke vertrektermijn en onrechtmatig inreisverbod
Bij besluit van 2 oktober 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel aan de vreemdeling opgelegd de Europese Unie te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het terugkeerbesluit niet voldoet aan de vereisten van de Vreemdelingenwet 2000 en de Terugkeerrichtlijn, omdat het besluit niet vermeldt binnen welke termijn de vreemdeling de Europese Unie moet verlaten. Hoewel het besluit gronden vermeldt die wijzen op het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht onttrekt, is niet duidelijk gemaakt dat onmiddellijke vertrekplicht geldt. Een aanvullend proces-verbaal kan dit gebrek niet herstellen.
Daarnaast is het opgelegde inreisverbod niet rechtsgeldig omdat het is gekoppeld aan een vernietigbaar terugkeerbesluit. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.