ECLI:NL:RVS:2012:BW0601
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens onjuiste vertrektermijn vreemdeling
De vreemdeling werd op 6 januari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld na een terugkeerbesluit waarin abusievelijk een vertrektermijn van 28 dagen was toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, stellende dat de minister voldoende had gemotiveerd dat onmiddellijke vertrek noodzakelijk was.
De Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de vreemdeling formeel een vertrektermijn van 28 dagen was gegund, en dat zolang deze termijn niet is verstreken, inbewaringstelling niet is toegestaan volgens vaste jurisprudentie en de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond en kent een schadevergoeding toe voor de periode van 6 januari tot 6 februari 2012. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en het beroep gegrond verklaard met toekenning van schadevergoeding.