ECLI:NL:RVS:2014:1986
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over onrechtmatige stichtingskosten bij verhuur schoolruimte aan kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond bracht stichtingskosten in rekening bij Stichting QliQ Primair Onderwijs wegens verhuur van schoollokalen aan een kinderopvangorganisatie. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde het collegebesluit en herroepen het lagere besluit, omdat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten direct gerelateerd waren aan de verhuur.
Het college stelde dat de brief van 11 mei 2007 een bekendmaking was van het besluit van 13 maart 2007, maar de Raad oordeelde dat deze brief een algemene informerende aard had en niet als besluit kon worden aangemerkt. Hierdoor kon QliQ de rechtmatigheid van de stichtingskosten aanvechten.
Verder oordeelde de Raad dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de gemeente extra kosten had gemaakt of inkomsten was misgelopen die rechtstreeks verband hielden met de verhuur aan de organisatie "Up to Four" gedurende de relevante periode. De stichtingskosten waren gebaseerd op genormeerde nieuwbouwkosten, maar de daadwerkelijke kosten waren niet onderbouwd.
Het college voerde ook aan dat het niet in rekening brengen van stichtingskosten zou leiden tot oneerlijke concurrentie en ongerechtvaardigde staatssteun, maar dit betoog faalde omdat de bevoegdheid tot het heffen van kosten wel bestaat, maar in dit geval niet juist was toegepast.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van QliQ.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd en stichtingskosten onrechtmatig bevonden.