ECLI:NL:RVS:2014:1555
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen en proceskostenvergoeding
De zaak betreft een hoger beroep van [appellante] tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een boete van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd door de minister verlaagd van €72.000 naar €40.000 en door de rechtbank verder naar €32.000. [appellante] betwistte de boete en stelde dat de vreemdelingen rechtmatig in België verbleven en dat voor hun werkzaamheden in Nederland geen tewerkstellingsvergunning nodig was.
De Afdeling oordeelt dat [appellante] niet heeft aangetoond dat de vreemdelingen gerechtigd waren zonder arbeidskaart in België te werken buiten de schoolvakanties, waardoor de Wav overtreden is. Het beroep op het EVRM en het ontbreken van een eerlijk proces faalt omdat de minister voldoende termijnen voor het indienen van stukken heeft gegeven. Ook is geen sprake van het ontbreken van verwijtbaarheid of van matiging van de boete wegens marginale arbeid.
Verder wijst de Afdeling het verzoek om vergoeding van onnodige kosten voor rechtsbijstand af, omdat deze kosten al in het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn verdisconteerd. Wel wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep, waaronder reis- en verletkosten, omdat de rechtbank deze ten onrechte niet had toegewezen. De minister moet ook het griffierecht voor het hoger beroep vergoeden.
Uitkomst: Boete wegens overtreding Wav bevestigd, verzoek om schadevergoeding afgewezen, minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding inclusief reis- en verletkosten.