ECLI:NL:RBOBR:2014:4975
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging boete eenmanszaak wegens slechte financiële situatie bij overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De vennootschap en de eenmanszaak kregen boetes opgelegd wegens het tewerkstellen van elf vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunningen, respectievelijk € 88.000 en € 44.000. Beide partijen gingen in beroep tegen deze boetes. De rechtbank stelde vast dat zowel de vennootschap als de eenmanszaak als werkgevers de Wet arbeid vreemdelingen hebben overtreden en dat het opleggen van boetes aan beiden gerechtvaardigd was.
De rechtbank verwierp het beroep van eisers op het vertrouwensbeginsel en overschrijding van de redelijke termijn. Ook de stelling dat sprake was van dubbele beboeting faalde, omdat het om verschillende rechtspersonen ging. De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hadden gedaan om de overtredingen te voorkomen, waardoor matiging wegens verminderde verwijtbaarheid niet aan de orde was.
Ten aanzien van de vennootschap concludeerde de rechtbank dat de boete niet onevenredig was, mede omdat een betalingsregeling was getroffen. Voor de eenmanszaak was de financiële situatie slecht inzichtelijk gemaakt, waardoor de boete van € 44.000 als onevenredig werd beoordeeld. De rechtbank matigde deze boete met 50% tot € 22.000 en herroept het bestreden besluit. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van de eenmanszaak.
Uitkomst: De boete voor de eenmanszaak wordt met 50% gematigd tot € 22.000, het beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard.