ECLI:NL:RVS:2014:111
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ontgrondingsvergunning Gasselterveld wegens provinciaal beleid
Zandzuigbedrijf Gasselte B.V. en het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze stelden beroep in tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Drenthe, dat de verlenging van een ontgrondingsvergunning voor zandwinning in het Gasselterveld afwees. De vergunning was verleend tot 1 januari 2013 en het verzoek om verlenging tot 2015 werd geweigerd op grond van het provinciaal ontgrondingenbeleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders belanghebbende is bij het besluit en dat Zandzuigbedrijf Gasselte B.V. financieel belang heeft bij de verlenging. Het betoog dat het relativiteitsvereiste van toepassing is, werd verworpen omdat het besluit dateert van vóór de invoering van dit vereiste.
Inhoudelijk stelde de Afdeling vast dat het provinciaal beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Drenthe, geen verlenging toestaat van ontgrondingsvergunningen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De zandwinning in het Gasselterveld ligt in de EHS en de verlenging past niet binnen het beleid. Ook de aangevoerde economische belangen, natuurontwikkeling en planologische medewerking wogen niet zwaarder dan het provinciaal beleid. Verder was het verzoek om verlenging niet gedekt door een motie die verlenging vanwege de economische crisis bepleitte.
De Afdeling concludeerde dat het college van gedeputeerde staten zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de verlenging niet past binnen het provinciaal beleid en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de ontgrondingsvergunning wordt ongegrond verklaard.