ECLI:NL:RVS:2013:CA0699
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete Wet arbeid vreemdelingen na overschrijding redelijke termijn
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 11 maart 2011 een boete van €36.000 op aan [wederpartij] wegens negen overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit op 6 juli 2012 wegens vermeende overschrijding van de termijn voor boeteoplegging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de overtredingen pas op 9 april 2009 zijn geconstateerd en de boete binnen de wettelijke termijn is opgelegd. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en stelt de boete vast op €33.500, waarbij een korting van 10% is toegepast vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van bijna zeven maanden.
Daarnaast oordeelt de Afdeling dat de minister terecht de verklaringen van de vreemdelingen heeft gebruikt, dat sprake was van een gezagsverhouding waardoor een tewerkstellingsvergunning vereist was, en dat onvoldoende financiële onderbouwing is gegeven voor matiging van de boete. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [wederpartij].
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €33.500 met korting vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het eerdere vonnis wordt vernietigd.