ECLI:NL:RVS:2013:CA0145

Raad van State

Datum uitspraak
15 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
201208723/1/A1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20.3 bestemmingsplan Franeker-Oost en Schalsumerplan
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen carports en appartementencomplex in Franeker

Het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel stelde het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen negen carports en een appartementencomplex buiten behandeling. Na bezwaar werd dit besluit herroepen en het verzoek afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

Appellant voerde aan dat de bebouwing in strijd was met nadere eisen op grond van artikel 20.3 van het bestemmingsplan en met voorwaarden uit verkoop- en koopovereenkomsten. De Raad van State oordeelde dat deze voorwaarden geen nadere eisen in de zin van het bestemmingsplan zijn en dat de bebouwing niet in strijd is met het bestemmingsplan of de bouwvergunning.

Daarom was het college niet bevoegd om handhavend op te treden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

201208723/1/A1.
Datum uitspraak: 15 mei 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant] en anderen, allen wonend te Franeker, gemeente Franekeradeel, (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant]),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 7 augustus 2012 in zaak nr. 12/201 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel.
Procesverloop
Bij besluit van 16 augustus 2011 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen negen carports en een appartementencomplex aan de Thorbeckestraat te Franeker buiten behandeling gesteld.
Bij besluit van 20 december 2011 heeft het college naar aanleiding van het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar het besluit van 16 augustus 2011 herroepen en het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen.
Bij uitspraak van 7 augustus 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 april 2013, waar [3 appellanten], en het college, vertegenwoordigd door drs. R.H. van Dalfsen, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Vast staat dat voor het appartementencomplex en de carports bij besluiten van 12 november 2002 respectievelijk 29 april 2004 vrijstelling van het destijds geldende bestemmingsplan en bouwvergunning is verleend en dat deze besluiten in rechte onaantastbaar zijn geworden met de uitspraken van de Afdeling van 2 februari 2005 in zaak nr. 200404653/1 respectievelijk van 25 oktober 2006 in zaak nr. 200600647/1.
2. Ingevolge artikel 20.3 van de voorschriften van het thans ter plaatse geldende bestemmingsplan "Franeker-Oost en Schalsumerplan" kunnen burgemeester en wethouders, ten behoeve van een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de carports en het appartementencomplex in strijd zijn met de krachtens artikel 20.3 van de planvoorschriften door het college gestelde nadere eisen met betrekking tot de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat het college bevoegd was handhavend op te treden. Daartoe voert hij aan dat de carports en het appartementencomplex in strijd zijn met de verkoop- en inschrijfvoorwaarden die golden in het kader van het gunningstraject en de voorwaarden die zijn verbonden aan de tussen [bedrijf] en de gemeente gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de onderhavige gronden.
3.1. Dit betoog faalt. Anders dan [appellant] betoogt, betreffen de verkoop- en inschrijfvoorwaarden die golden in het kader van het gunningstraject noch de voorwaarden die aan de tussen [bedrijf] en de gemeente gesloten koopovereenkomst zijn verbonden, wat daar verder van zij, nadere eisen als bedoeld in artikel 20.3 van de planvoorschriften. De rechtbank heeft terecht overwogen dat dergelijke voorwaarden niet relevant zijn voor de vraag of het college op basis van het publiekrecht bevoegd was handhavend op te treden.
Nu voorts niet is gebleken dat de carports en het appartementencomplex in strijd zijn met het bestemmingsplan "Franeker-Oost en Schalsumerplan" of dat deze in afwijking van de daarvoor verleende bouwvergunning zijn gebouwd, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college niet bevoegd was daartegen handhavend op te treden.
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kos
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013
580.