ECLI:NL:RVS:2013:CA0125
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
De vreemdelingen dienden op 7 december 2012 asielaanvragen in Nederland in, nadat zij eerder asiel hadden gevraagd in Italië. De staatssecretaris wees deze aanvragen op 17 december 2012 af, omdat Italië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk was voor de behandeling. De vreemdelingen stelden dat de Italiaanse asielprocedure niet voldeed aan het Unierecht en dat overdracht aan Italië in strijd was met artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde deze uitspraak en de besluiten van de staatssecretaris wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië kon worden toegepast, zoals vereist na het arrest M.S.S. van het EHRM.
Desondanks bepaalde de Afdeling dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand blijven, omdat de vreemdelingen niet als kwetsbaar konden worden aangemerkt en er geen concrete aanwijzingen waren dat overdracht aan Italië zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.416,00.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.