ECLI:NL:RVS:2013:BZ8427
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herzieningsbesluit kinderopvangtoeslag 2007 wegens ontbreken bewijs overeenkomst en kosten
De Belastingdienst heeft in 2010 de definitief toegekende kinderopvangtoeslag over 2007 aan wederpartij herzien en vastgesteld op nihil, omdat geen schriftelijke overeenkomst met het gastouderbureau was overgelegd en geen bewijs van gemaakte kosten was geleverd. Wederpartij maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank Leeuwarden in 2012 werd toegewezen en het herzieningsbesluit vernietigde. De Belastingdienst ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat het oorspronkelijke besluit van 10 juli 2009 definitief was en dat de herzieningsbevoegdheid van de Belastingdienst volgens artikel 21 Awir Pro slechts onder strikte voorwaarden kan worden uitgeoefend. De Belastingdienst had niet aannemelijk gemaakt dat zij bij de definitieve vaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst of bewijs van betaling, noch dat wederpartij wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was toegekend.
Daarom was de herziening niet rechtsgeldig en werd het hoger beroep van de Belastingdienst ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de Belastingdienst moet bij een nieuw besluit op bezwaar rekening houden met deze overwegingen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend aan wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.