ECLI:NL:RVS:2013:BZ8391
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake uitzetting Somalië en veiligheidssituatie Mogadishu
De vreemdeling stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen inbewaringstelling en uitzetting naar Somalië ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betrof de veiligheidssituatie in Mogadishu en de mogelijkheid tot uitzetting naar Somaliland.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het ambtsbericht en de stukken van de staatssecretaris voldoende onderbouwen dat de veiligheidssituatie in Mogadishu aanzienlijk is verbeterd, waardoor niet langer sprake is van een feitelijke belemmering voor reizigers om door de stad te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde rapporten van Human Rights Watch en andere instanties bevestigen slechts gedeeltelijke verbeteringen en kunnen niet leiden tot het oordeel dat de situatie nog steeds zodanig onveilig is dat uitzetting onmogelijk is.
Daarnaast is vastgesteld dat het Memorandum of Understanding van 3 mei 2010, herbevestigd op 29 januari 2013, de terugkeer van alle Somaliërs via een EU-staat regelt, waardoor uitzetting via de luchthaven van Mogadishu naar Somaliland of andere gebieden binnen Somalië mogelijk is. De Afdeling verwierp het beroep mede omdat de interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geen algemene belemmering vormt voor uitzettingen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.