ECLI:NL:RVS:2013:1073
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring ondanks interim measures EHRM en beperkte uitzettingen naar Somalië
De vreemdeling is op 20 juni 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De vreemdeling voerde aan dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) via meerdere interim measures uitzettingen naar Somalië tegenhoudt en dat er geen concreet zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De staatssecretaris betoogde dat er zicht is op uitzetting binnen zes maanden, mede doordat afspraken met Somalische autoriteiten bestaan om maximaal twee personen per maand uit te zetten en dat er inspanningen worden verricht om het aantal uitzettingen te vergroten.
De Afdeling oordeelde dat er geen feitelijke belemmering is die uitzetting binnen een redelijke termijn onmogelijk maakt. De enkele toekenning van interim measures door het EHRM en het beperkte aantal geslaagde uitzettingen leiden niet tot het oordeel dat zicht op uitzetting ontbreekt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak dat zicht op uitzetting naar Somalië binnen een redelijke termijn bestaat en wijst het verzoek om schadevergoeding af.