ECLI:NL:RVS:2013:BZ7463
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuursdwangbesluit wegens ontbreken overtreder bij verontreiniging oppervlaktewater
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland had spoedeisende bestuursdwang toegepast om verdere verspreiding en opruiming van een olieachtige verontreiniging in het oppervlaktewater van de Leidsche Vliet te voorkomen. Dit was het gevolg van een lek uit een vaartuig dat toebehoorde aan appellant.
Appellant stelde dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat derden onbevoegd toegang hadden gekregen tot zijn vaartuig en een slang hadden doorgesneden, waardoor het vaartuig zonk en de verontreiniging ontstond. De rechtbank had dit betoog afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat overtreder degene is die het wettelijke verbod daadwerkelijk schendt, in de eerste plaats degene die de verboden handeling fysiek verricht. In bepaalde gevallen kan ook degene die de overtreding kan worden toegerekend overtreder zijn. In deze zaak stond vast dat derden het vaartuig hadden doen zinken en appellant geen opdracht had gegeven of de handeling kon worden toegerekend. De enkele omstandigheid dat het vaartuig van appellant was, was onvoldoende om hem als overtreder aan te merken.
Daarom vernietigde de Afdeling het bestuursdwangbesluit en het besluit over de kosten, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit is vernietigd omdat appellant niet als overtreder kan worden aangemerkt; het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.