Uitspraak
201108336/1/T1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 14 december 2010 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
201009068/1/A2), overweegt de Afdeling dat zij behoudens zeer uitzonderlijke gevallen niet kan terugkomen op een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. In dit geval is naar het oordeel van de Afdeling sprake van een zeer uitzonderlijk geval. In dit kader is van belang dat de raad wel de zienswijze van de stichting en anderen maar niet voornoemde bijbehorende lijst met individuele ondernemers aan de Afdeling heeft gezonden en de raad zich in het verweerschrift, anders dan in het nadere stuk van 7 januari 2013, op het standpunt heeft gesteld dat de individuele ondernemers geen zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan naar voren hebben gebracht. Gelet hierop en nu voor de Afdeling na de tussenuitspraak is komen vast te staan dat de individuele ondernemers wel een zienswijze naar voren hebben gebracht, bestaat geen aanleiding het beroep van de stichting en anderen gedeeltelijk niet-ontvankelijk te verklaren.
201004316/1/R1), dat ook in dit geval beoordeeld dient te worden of met de uitgangspunten die volgens de raad moeten worden gehanteerd sprake is van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden.