ECLI:NL:RVS:2013:BZ0797
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.W.L. Simons-Vinckx
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tracébesluit N31 Traverse Harlingen en bevoegdheid minister
De minister van Infrastructuur en Milieu stelde op 20 augustus 2012 het tracébesluit vast voor de verdubbeling en verdieping van de N31 bij Harlingen. Appellanten voerden onder meer aan dat de minister niet bevoegd was, dat de milieueffectrapportage onvolledig was, dat alternatieven onvoldoende waren onderzocht en dat het besluit in strijd was met natuur- en provinciaal beleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht de N31 als hoofdweg van nationaal belang aanmerkte en bevoegd was het tracébesluit vast te stellen. De milieueffectrapportage voldeed aan de wettelijke eisen en het ontbreken van een startnotitie was gelet op de toepasselijke procedure niet onrechtmatig. De belangenafweging van de minister, inclusief de keuze voor een centrale aansluiting en het niet behouden van bestaande op- en afritten, was niet onredelijk of onvoldoende onderbouwd.
Verder werd geoordeeld dat de milieuregelgeving en de Crisis- en herstelwet de vernietiging op grond van natuurbeschermingsargumenten uitsluiten, en dat de financiële onderbouwing van het tracébesluit voldoende was gegeven. De Afdeling verwierp ook de bezwaren over externe veiligheid en de vermeende strijd met het provinciaal beleid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het tracébesluit N31 Traverse Harlingen wordt ongegrond verklaard.