ECLI:NL:RVS:2013:755
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen buiten behandeling stellen verlenging verblijfsvergunning regulier
De minister voor Immigratie en Asiel stelde op 5 januari 2012 een aanvraag van een vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de minister op 23 februari 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof het vermoeden van ontvangst van twee acceptgiro's die de staatssecretaris op 24 oktober 2011 en 30 november 2011 naar de vreemdeling had verzonden. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling het vermoeden van ontvangst had ontzenuwd door te verklaren de acceptgiro's niet te hebben ontvangen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling voldoende feiten had gesteld om het ontvangstvermoeden te betwijfelen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot buiten behandeling stellen van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.