ECLI:NL:RVS:2013:745
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Appellante kreeg een boete van €4.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtte in haar onderneming.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Appellante voerde onder meer aan dat niet was vastgesteld dat de vreemdeling daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte en dat de financiële situatie matiging van de boete rechtvaardigde. Deze bezwaren werden door de rechter gemotiveerd verworpen.
De Raad van State oordeelt dat de minister bij het opleggen van de boete zijn discretionaire bevoegdheid juist heeft toegepast, rekening houdend met de ernst van de overtreding en de voorgeschiedenis van appellante. De financiële situatie van appellante, veroorzaakt door eerdere boetes, rechtvaardigt geen matiging. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €4.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst het hoger beroep af.