ECLI:NL:RVS:2013:710
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verklaring omtrent gedrag chauffeurspas
De staatssecretaris wees op 24 juni 2011 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) ten behoeve van een chauffeurspas af. Appellant maakte bezwaar, dat op 28 september 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond op 26 maart 2012.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure werd de zaak van een meervoudige naar een enkelvoudige kamer verwezen. Op 20 februari 2013 bepaalde de Afdeling in een tussenuitspraak dat de staatssecretaris het besluit moest herstellen of de gevraagde VOG alsnog moest verlenen. De staatssecretaris trok daarop op 26 april 2013 het eerdere besluit in en verleende alsnog de VOG aan appellant.
De Afdeling oordeelde dat het oorspronkelijke besluit van 28 september 2011 vernietigd moest worden wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat appellant inmiddels de gevraagde VOG had ontvangen, was er geen belang meer bij het beroep tegen het nieuwe besluit. De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en verklaarde het hoger beroep gegrond.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de VOG-aanvraag is vernietigd en de VOG is alsnog verleend.