ECLI:NL:RVS:2013:400
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- W. Sorgdrager
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing milieuvergunning voor inrichting in Breda
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 16 december 2011 een milieuvergunning aan de vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting in Breda. Diverse appellanten, waaronder omwonenden en verenigingen van eigenaren, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en oordeelde over ontvankelijkheid en inhoudelijke gronden.
De Afdeling stelde vast dat een deel van de appellanten geen zienswijzen had ingebracht over het ontwerpbesluit, waardoor hun beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Andere beroepen werden inhoudelijk beoordeeld. De Afdeling concludeerde dat het college de vergunning terecht had verleend, met inachtneming van de Wet milieubeheer en de daarbij behorende voorschriften. De geluidhinder, stof- en luchtkwaliteit, asbest, trillingen en verkeershinder werden beoordeeld aan de hand van rapporten en wettelijke normen, waarbij de bezwaren van appellanten onvoldoende waren onderbouwd.
Ook werd overwogen dat het college niet verplicht was de milieuvergunning aan te houden totdat de procedure over de omgevingsvergunning was afgerond. De vergunning paste binnen het geldende bestemmingsplan, en de aan de vergunning verbonden voorschriften boden voldoende bescherming tegen milieuschade. De Afdeling verklaarde de beroepen, voor zover ontvankelijk, ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen de milieuvergunning zijn niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard; de vergunning blijft van kracht.