ECLI:NL:RVS:2013:382
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand voor bewindvoerder
De appellant heeft bij besluiten van 21 juni 2012 aanvragen om toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand in 78 hoger beroepen afgewezen gekregen. Deze beroepen betreffen zijn ontslag als bewindvoerder per 1 december 2011. De raad wees de aanvragen af omdat het vastgestelde vermogen van appellant de financiële grenzen overschrijdt en het rechtsbelang betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf binnen een rechtspersoon.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de uitzondering op de afwijzing van rechtsbijstand van toepassing was, omdat hij na het faillissement van de vennootschap op 14 februari 2012 zijn werkzaamheden als eenmanszaak verrichtte. De Raad van State oordeelde echter dat het tijdstip van het ontstaan van het rechtsbelang bepalend is en dat de vennootschap toen nog actief was.
Verder werd geoordeeld dat appellant zijn werkzaamheden als bewindvoerder in het verband van de vennootschap uitvoerde, ondanks dat hij niet in loondienst was of aandeelhouder. De nauwe band tussen appellant en de vennootschap en het feit dat hij onder de naam van de vennootschap handelde, maakten dat de uitzondering niet van toepassing was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvragen voor toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand bevestigd.