ECLI:NL:RVS:2013:2681
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken feitelijke gezinsband
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van het feit dat zij gehuwd was met een referent die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had. De minister wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat de feitelijke gezinsband niet was verbroken omdat zij gehuwd waren gebleven en contact hadden onderhouden, en dat de gezinsband na terugkeer van de referent in Somalië was hersteld. De Raad van State oordeelde echter dat het enkel gehuwd blijven niet automatisch betekent dat er een feitelijke gezinsband blijft bestaan. De verklaringen van de referent dat hij apart woonde en geen samenwoning plaatsvond, en dat hij zonder medeweten van de vreemdeling elders verbleef, waren doorslaggevend.
De Raad van State concludeerde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de feitelijke gezinsband was verbroken en niet was hersteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag bevestigd.